Vriendin van Groenegraf.nl
Zoek uw voorouders in Baarn en omstreken

Uw achternaam:

Maandag 9 mei 2022

Galvanische industrie in hartje Baarn

Zilgroba en Galvanisch Bedrijf Eemland 

door Eric van der Ent


Nu zou het niet meer in ons opkomen om fabrieken waar met chemicaliën gewerkt wordt in de bebouwde kom te vestigen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog deed men daar niet moeilijk over. Echter de gemeente Baarn hield een behoorlijke kater over aan de gevolgen van het geven van de toestemming voor de vestiging van Zilgroba en Galvanisch Bedrijf Eemland. Hier leest u het verhaal achter deze fabrieken.

Villa Veltheim
(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)
Vreemd genoeg begint de geschiedenis van de galvanische industrie in Villa Veltheim op de punt van de Kerkstraat / Dalweg en Zandvoortweg. Het is één van de oudste, nog bestaande villa’s in Baarn, gebouwd rond 1820. In de oorlogsjaren komt de villa in bezit van Gregorius Johannes (Goos) Groen (1899-1969). Goos had als ondernemer zijn sporen al verdiend. Eerst als handelaar in electrische artikelen, later richtte hij samen met compagnon Jan Bakker de Baarnsche Radio-Centrale op. Ze legden loden kabels over de Baarnse daken voor een radio-distributienet. Voor twee kwartjes per week kon men aangesloten worden en luisteren  naar Nederlandse radiozenders. 

(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)


Zilgroba
In 1947 besloot Goos Groen uit het bedrijf te stappen om een nieuwe onderneming genaamd Zilgroba te starten. Het grote souterrain van Villa Veltheim, Kerkstraat 1, werd de vestigingsplek. Daar verzilverde hij kleine metaalwaren zoals lepeltjes, armbanden en sigarettenkokers. Een half jaar later verkocht hij het metaalversieringsbedrijf aan Cornelis van Kasbergen (1902-1983) uit Hilversum die het bedrijf in Villa Veltheim voortzette onder de naam Galvanisch Bedrijf Eemland. Over deze onderneming later meer.


Goos Groen gooide het met Zilgroba over een andere boeg. Hij zette het bedrijf voort in een houten keet aan Oosterstraat 2a. Daar legde hij zich toe op de productie van armaturen voor fluorescentielampen, in de volksmond beter bekend als tl-verlichting. Dat bleek een booming business, het bedrijf groeide als kool. In korte tijd had waren er meer dan honderd personeelsleden werkzaam, verreweg de meeste afkomstig uit Baarn. Er moesten hallen bijgebouwd worden. Een oude manege aan het aangrenzende terrein aan de Torenlaan werd omgebouwd en verschillende hallen werden aangebouwd. 


De Baarnsche Manege aan de Torenlaan, later in gebruik genomen als bedrijfsruimte
voor Zilgroba. (Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

De buurtbewoners waren niet blij met deze uitbreiding. Goos Groen had beloofd het fabrieksterrein met een beplanting van coniferen af te sluiten om de onesthetische aanblik te maskeren. Volgens omwonenden duurde het te lang voordat met de aanplanting begonnen werd. Bovendien werden de armaturen met celluloseverf bespoten. Om de chemische lucht van die verf af te voeren waren er twee grote ventilatoren geplaatst. Verse lucht werd middels een compressor aangevoerd. 

De hallen van Zilgroba in 1949. Het witte gebouw in het midden is de oude manege,
 rechts boven Peking. (Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Met name de bewoners van de Balistraat ondervonden veel geluidsoverlast van deze machines. Eén van de bewoners vergeleek het geluid met met dat van rondcirkelende bommenwerpers boven de Oosterhei. De gemeente zette de hinderwet in om Zilgroba te dwingen maatregelen te nemen. 

Het personeel van Zilgroba rond 1950. Op het hoogtepunt waren daar 115(!) medewerkers actief. 
(Coll. Rob ten Kulve)

Mees ten Kulve
(Coll. Rob ten Kulve)

Mees ten Kulve (1918-2014) was vele jaren als machinebankwerker werkzaam bij Zilgroba. In 1953 besloot hij met zijn gezin te emigreren naar Zuid-Afrika. Daar ging hij als onderhoudsmonteur aan de slag in een goudmijn. Eind 1956 kwam het gezin weer terug naar Nederland. Het leefklimaat met de apartheid vond Mees geen goede basis voor de opvoeding van hun drie kinderen. Goos Groen had hem verzekerd dat, mocht hij ooit weer terug komen,  hij direct weer bij hem kon werken. En dat is precies wat er gebeurde. Mees ging weer aan de slag bij Zilgroba. De hier afgebeelde foto van het personeel is zeer waarschijnlijk gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Mees. Op de achterzijde zetten veel collega’s hun handtekening. 


(Coll. Rob ten Kulve)



Zilgroba had echter haar langste tijd in Baarn wel gehad. Groen verkocht de hallen aan Philips die op die plek de succesvolle Philips Phonographische Industrie startte. Zilgroba verhuisde naar Amersfoort naar het gloednieuwe industrieterrein bij de Amsterdamseweg. De gemeente Amersfoort bouwde daar nieuwe bedrijfshallen en verhuurde die tegen gunstige tarieven om bedrijven van buiten Amersfoort aan te trekken. 

(Baarnsche Courant 1950)


De meeste Baarnse personeelsleden verhuisden mee. Helaas ging het met het bedrijf in Amersfoort bergafwaarts. In 1955 werd het faillisement uitgesproken en drie jaar later wordt de boel geveild.

De hallen van Zilgroba aan de Amsterdamseweg in Amersfoort.
(Coll. Archief Eemland)


Het personeel aan het werk in de hallen van Zilgroba.
(Coll. Rob ten Kulve)

Een advertentie van Zilplavo N.V. uit 1968
Goos Groen begon toen een nieuw bedrijf dat op meerdere locaties in Amersfoort systeemplafonds produceerde onder de naam Zilplafo. In 1969 overleed Goos Groen en dat luidde ook de teloorgang van Zilplafo in. Midden jaren zeventig kwam het in betalingsproblemen en in 1981 viel uiteindelijk het doek. Ook Zilplafo ging failliet.





Galvanisch Bedrijf Eemland
Toen Zilgroba verhuisde van Villa Veltheim naar de Oosterstraat, deed Goos Groen zijn activiteiten over aan Cornelis van Kasbergen uit Hilversum. Cornelis was al een half jaar bedrijfsleider bij Zilgroba en had daarvoor al ruime ervaring als metaalslijper. Van Kasbergen ging door onder de naam Galvanisch Bedrijf Eemland. Hij had al snel door dat het verzilveren van theelepeltjes voor particulieren financieel geen zoden aan de dijk zette en legde zich toe op het galvaniseren van metalen producten die door grote bedrijven gemaakt en verwerkt werden. Grote klanten werden aangetrokken, zoals rijwielfabriek Favro uit Uden, F.A.M. Stofzuigerfabriek, Haardenfabriek Tromp, N.V. Ahrend Globe uit Hilversum, fabrikant van boekhoudkasten, apparatenfabriek Mirani uit Soest en D.M.F. Motorenfabriek uit Driebergen. Zoon Gerrit van Kasbergen (1926-2008) werd mede-directeur en  inmiddels had het bedrijf zo’n 15 personeelsleden. Het souterrain van Veltheim werd te klein. 


De Galvanische Industrie “Eemland” aan de Kampstraat, nog in volle glorie.
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

In 1958 verhuisde het bedrijf naar de Kampstraat in een pand dat de jaren daarvoor dienst gedaan had als opslagruimte voor motorenfabriek Bach uit Soest. De fabriek bestond uit twee afdelingen. In de aan het kantoor grenzende afdeling stonden chemische baden waarin het metaal veredeld werd. Daarachter lag de slijperij met een afzonderlijke ruimte voor de ontvettingsbaden. In de galvanische afdeling kwam een nieuw chroombad van 4000 liter en een glas-nikkelbad van 2500 liter zodat men zelfs grote autobumpers van een nieuwe chroomlaag kon voorzien. 

In 1983 overleed Van Kasbergen sr. Gerrit Leendert Vierbergen (1938-1987) nam het bedrijf over en werd directeur. Het pand en de grond bleven eigendom van de familie Van Kasbergen. In 1987 moest de vergunning op basis van de Hinderwet verlengd worden. Vierbergen diende de aaxnvraag bij de gemeente in, maar de buurt kwam in opstand. Onderzocht werd of de bodem op het terrein verontreinigd was. De testresultaten vielen mee. De bodem was weliswaar verontreinigd, maar leverde geen gevaar op voor de volksgezondheid. Kort nadat dhr. Vierbergen de vergunning aanvroeg overleed hij. Het bedrijf werd daarna geleid door de weduwe Vierbergen. 

Geen vergunning meer voor Galvanisch Bedrijf Eemland
(Baarnsche Courant 1988)

In 1988 besloot de gemeente geen vergunning meer te verlenen aan ‘Eemland’. Mevr. Vierbergen ging nog in beroep, maar eind 1990 besloot de rechter dat de activiteiten moesten worden gestaakt. Op 1 januari 1991 viel het doek. Het pand en de gronden werden verkocht aan SB Nederland dat de opruimkosten van de vervuiling niet kon betalen. Het ging failliet en de gemeente Baarn draaide voor een groot gedeelte op voor de enorme kosten van de sanering. Tot zelfs in de Brinkstraat moest de bodem gesaneerd worden. Ook de bodem onder Villa Veltheim werd onderzocht. Daar bleek ‘slechts’ van lichte verontreiniging sprake te zijn. 

2019: Het einde van tijdperk. De sloop van het fabriekspand van Galvanisch Bedrijf Eemland.
(Foto: Caspar Huurdeman)

Inmiddels (2022) worden op het terrein aan de Kampstraat woningen gebouwd. De galvanische industrie is nu voorgoed uit Baarn verdwenen.

De nieuwbouwwoningen aan de Kampstraat op de plek van Galvanisch Bedrijf Eemland (2022)
(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)


Dank aan Rob ten Kulve voor de prachtige foto’s van personeel en fabriek Zilgroba.



Dit verhaal  (aflevering 101)  verscheen op maandag 9 mei 2022 
in de Baarnsche Courant  in de rubriek

   ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Geheugenvanbaarn.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u  Geheugenvanbaarn.nl  ook volgen op  Facebook  en  Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Geheugenvanbaarn.nl.
LEES VERDER IN ONS WEBLOG
- ​Johann Wolfgang von Goethe
Duits schrijver en filosoof

"Het beste dat de geschiedenis ons nalaat, is het enthousiasme dat zij veroorzaakt."

Das Beste, was wir von der Geschichte haben, 
ist der Enthusiasmus, den sie erregt.